Inloggen
Winkelmandje
Snelle levering Persoonlijke service Kantoorhelden met kennis
Thuis aan de slag
We hebben alles in huis om jou comfortabel thuis te kunnen laten werken
Thuiswerken
Dé kantoor specialist!

Ontmoet alle Kantoorhelden
Meerkantoor - Voorpag - Big Slider 2
Actie Double A printpapier

Wist je dit over papier

Geplaatst op 5-3-2020 door stage

Papier komt van het woord Cyperus papyrus. Dit is een cypergrassoort die in Egypte langs de Nijl groeit. Het wordt doorgaans gemaakt door een bleekproces van natuurlijke grondstoffen. Papier kan namelijk bestaan uit natuurlijke grondstoffen zoals bamboe, riet, of door de hergebruik van bijvoorbeeld gebruikt papier of kleding.  

Nadat men vroeger grotten beschilderden om verhalen uit te beelden, schreven ze op andere materialen zoals kleitabletten, gedroogde boombast, botten, schelpen en op het schild van een schildpad. Voor korte notities werden vaak potscherven gebruikt. De Romeinen schreven met een kraspen of stilus op wastafeltjes om notities te maken. Dit waren houten bordjes met bijenwas bedekt. Als ze de notitie niet meer nodig hadden werd de waslaag gladgestreken en konden ze het hergebruiken.

Papyrus

In de Egyptische oudheid gebruikte men papyrus: men sloeg de stengels van riet dat langs de Nijl groeide plat. Hierdoor ontstonden er rafels (vezels) waar men vervolgens matjes van vlocht; na het drogen werd dit gladgeschuurd en kon men hier op schrijven. Later, toen de aanvoer van het steeds duurdere papyrus uit Egypte niet meer voldoende was voor de behoefte aan schrijfmateriaal, schreven de mensen in Europa op het stevigere perkament. Dit perkament werd gemaakt van dierenhuiden. Daar werd op geschreven met een rietpen of een bijgesneden ganzenveer.

Wespen


Wist je dat wespen de eerste papierfabrikanten waren? De wesp bouwt namelijk haar nest van een soort karton. Met haar speeksel mengt ze vezels van planten tot een brij. De brij droogt en wordt hard. Cai Lun, een Chinees, in 105 n.Chr. zou dit werk van wespen hebben afgekeken en zo het papier hebben uitgevonden. Hij klopte vezels van bamboeriet, de bast van de papiermoerbei en zijdeafval tot brij. Die brij verdunde hij met water en liet het drogen: hij had papier gemaakt! 

Eeuwenlang bewaarden de Chinezen hun geheim. Toen namen de Arabieren de Chinese papiermakers gevangen, tijdens een oorlog tussen het zich uitbreidende Arabische Rijk en het Chinese Keizerrijk omstreeks het jaar 740 n.Chr. Zo leerden de Arabieren het maken van papier. Later gebruikten ze fijnere materialen dan alleen ruwe plantenvezels, zoals katoenen en linnen lompen. In de middeleeuwen raakte dit soort papier ook in Europa bekend. Kooplieden namen het in hun schepen mee naar Spanje en Italië. Deze kooplui gingen steeds terug naar Arabië om opnieuw voorraden papier te kopen. Later vonden ze het goedkoper om zelf papier te maken en deze kunst verspreidde zich snel over de rest van Europa.


Papiermolens


De eerste vermelding van een papiermolen in de Zuidelijke Nederlanden was in 1405 in Hoei. Op de Veluwe waar veel snelstromende beken voor de watermolens waren voor de papierfabricage kwam deze industrie op in de 17e eeuw. Er ontstond een nieuw beroep: de voddenman. Hij kocht in de dorpen en steden lompen op, om ze door te verkopen aan de papiermolens. Bij de toename van de productie en het belang van de drukpersen ontstond een zodanige schaarste aan lompen, dat die door verschillende staten als strategische grondstof werden beschouwd en daarom niet mochten worden uitgevoerd.

In de papiermolen werden de lompen gesorteerd. Heel vroeger gebruikten men alleen witte stoffen. Men maakte de lompen nat en liet ze rotten. Daarna werden ze in smalle stroken gesneden en in een kuip met water gedaan. Urenlang stampten grote houthamers, aangedreven door waterkracht, de lompen tot kleine vezelts die zich vermengden met het water. Hierna was de papierpap klaar.

In 1680 vond men een machine uit die het maken van papierpap versnelde. Omdat het een Hollandse uitvinding was werd de machine een "Hollander" genoemd. In essentie was het een houten trommel met messen op de trommel en messen op de wand waar de trommel doorheen draait. Door de ronddraaiende beweging worden de vezels verkort en/of gefibrilleerd afhankelijk van de stand van de messen tot elkaar. Hoe fijner de brij hoe gladder het resulterende papier.

Een vel papier werd geschept. De papiermaker dompelde zijn schepvorm, een houten raamwerk met een bodem van fijn gaas bestaande uit textiel of koperdraad, onder in de kuip met brij. Als hij hem eruit haalde, moest hij hem eerst heel goed schudden zodat de brij over de vorm verdeeld werd. Daarna gaf hij de schepvorm aan een andere man die het laagje papier 'afkoetste' op een laag vilt. Door ieder vel op een laag vilt af te koetsen ontstond er een stapel die daarna zwaar geperst werd. De rest van het water stroomde weg. Tot slot werden de vellen aan droogstokken opgehangen om te drogen. Na het drogen was het papier nog niet geschikt om bedrukt of beschreven te worden. Het moest eerst belijmd worden. De vellen werden in een lijmbad gedompeld en opnieuw gedroogd. Daarna werden de vellen opnieuw geperst en op maat gesneden. Hierna was het papier klaar voor gebruik.

In de eerste helft van de 19e eeuw ontstond er een schaarste aan lompen. Daarom zocht men naar nieuwe grondstoffen en werd er geëxperimenteerd met espartogras en met stro. Omstreeks 1840 ondekte Friedrich Keller dat men houtcellulose als papiergrondstof kon gebruiken. Verzuring was een kenmerkend verschijnsel van dit soort papier.


Papier van hout


Sinds de 19e eeuw wordt veel papier van hout gemaakt, maar het grootste gedeelte van het papier (ongeveer 70%) wordt tegenwoordig van hergebruikt en ingezameld afvalpapier gemaakt. Hout dat in Europa wordt gebruikt voor de productie van papier en karton is afkomstig van naaldhout en van loofhout. Het overgrote deel komt uit productiebossen en plantages in Scandinavië, Noord-Amerika en Zuidwest-Europa. 

Kleuren papier

Wit of gekleurd papier?

Er zijn maar weinig papieren die alleen uit vezels bestaan. Aan papier worden papierhulpstoffen toegevoegd, bijvoorbeeld tot 25% vulstoffen om onder andere de beschrijfbaarheid te verbeteren. De meest gebruikte vulstoffen zijn krijt (calciumcarbonaat) en chinaklei (kaolien). Om de vulstof aan de vezels te doen hechten dient een toegevoegd retentiemiddel. Om papieren minder doorzichtig te maken kan titaandioxide worden toegevoegd aan het papier. Dikwijls wordt nog een opwitter aan het papier toegevoegd zodat het witter wordt. Ten slotte krijgt het papier nog een oppervlaktebehandeling, doorgaans met een zetmeeloplossing of een coating voornamelijk bestaande uit pigmenten en bindmiddel.

Om papier een kleur te geven worden pigmenten toegevoegd. De meest gebruikte pigmenten zitten in de vulstoffen zoals zinkwit en titaandioxide. Pigmenten worden ook gebruikt om de papiervezels een kleur te geven. De pigmenten worden tijdens het papierproductieproces aan de vezelmassa toegevoegd. Organische pigmenten binden eenvoudiger aan de vezels dan anorganische pigmenten. Een bekend voorbeeld zijn de azopigmenten die worden in het papierproductieproces gebruikt om het papier van een uniforme kleur te voorzien. Ze kunnen zich of aan de vezels of aan de oppervlakte van het papier binden.

De papiermolens zijn nu vervangen door papiermachines die meer dan 100 meter lang kunnen zijn. Deze machines maken het papier niet meer vel voor vel, maar in een continuproces wordt een eindeloze papierbaan tot grote rollen opgerold. De machines produceren variërend van enkele tot wel 2000 meter papier per minuut!




Klanten over Meerkantoor

Meerkantoor - Subfooter - Logo banner 1
Meerkantoor - Subfooter - Logo banner 2
Meerkantoor - Subfooter - Logo banner 3
Meerkantoor - Subfooter - Logo banner 4
Meerkantoor - Subfooter - Logo banner 5
Meerkantoor - Subfooter - Logo banner 6
Meerkantoor - Subfooter - Logo banner 7
Meerkantoor - Subfooter - Logo banner 8
Meerkantoor - Subfooter - Logo banner 9
Meerkantoor - Subfooter - Logo banner 10

Winkelmandje

Wis filters

Filter

20200409 20:00:44 PC11False0FalseTrue0